Geen MyLaps nodig om te winnen

door: Michel Butter
(verslag 3e voorjaarswedstrijd; mylaps)


Grote kampioenen komen alleen aan bij de meet. Nog even tijd om shirt goed te doen en dan met armen omhoog de finish passeren. Dat is het bewijs dat je alle mensen in de koers te slim af bent geweest en met overmacht hebt gewonnen. Dan is zelfs MyLaps niet nodig om een winnaar vast te stellen.

Het is woensdagavond 22 mei en het is koers. Het weer is goed… nog even voor de zekerheid Buienradar en WeatherPro gecheckt want regen maakt koersen lastig. Het ziet er goed uit. Alle apps wijzen uit dat het goed weer is. Waar zouden we zijn zonder deze technologie. Eenmaal buiten klopt dat ook; er is geen wind en strak blauwe lucht. Rustig bol ik naar pont Buitenhuizen. Hugo staat inmiddels te wachten bij de pont. Terwijl ik hem begroet bedenk ik me dat het lastig wordt om de sprint te winnen nu Hugo meerijdt.

Het is druk bij de start. Zowel A als B heeft een goed gevuld peloton. Het leuke is dat een groot aantal introducees meerijden. Nieuwe rijders zorgen altijd voor spannend koersverloop. Misschien dat een groep daardoor wat ruimte krijgt. Ik houd mijzelf voor om me maar rustig te houden. Komend weekend rijd ik nog de Jean Nelissen Classic.

We starten. De eerste ronde gaat in rap tempo. Ik kijk wat om me heen en realiseer me dat er toch wel een aantal renners op het vinkentouw zit. De eerste demarrages zullen dus niet lang op zich laten wachten. Hoewel het nog ver is, blijkt er in de B competitie toch altijd voldoende enthousiasme voor een zinloze uitlooppoging.

En daar gaat de eerste. Het is natuurlijk Ruud. Ruud rijdt altijd. Al ken ik Ruud al jaren maar ik kan zijn demarragedrift niet altijd begrijpen. Zeker niet met nog 1 uur koers voor de boeg. Maar dan sluiten Joop en Theo aan. Dat is gevaarlijk. In een split second besluit ik om ook aan te sluiten. Daar gaat mijn plan om me rustig te houden voor de Jean Nelissen Classic. Ik heb geen zin om in een verloren peloton voor plek 4 te sprinten. Voor ik het weet zijn we los en houden we het tempo strak. Helaas er zit nog te veel snelheid in het peloton en sluiten ze snel weer aan.

De demarrages volgen elkaar in de volgende rondes snel op. Jack, Ard, Ivo en andere hebben het geprobeerd maar helaas strandden ze allemaal totdat een groepje van 3 wegrijdt. Het lijkt erop dat het peloton het even laat lopen. Dit moment vind ik altijd bijzonder.  Er wordt niet gesproken maar iedereen weet het. De groep pakken we zo wel weer terug.

De drie dapperen houden stand maar lijken niet bij macht om ver weg te rijden. Het tempo in de grote groep blijft constant. Ik kan me weer even rustig houden om in het laatste gedeelte me weer van voren te melden.

Na enkele ronden wordt het gat dicht gereden en rijden we verder op een stevig tempo.  De demarrages blijven komen, maar hebben allen geen kans van slagen. Ik handhaaf me rustig van voren. Misschien dat er toch een uitlooppoging met enkele sterke renners komt.

Het ronde bord staat inmiddels op 3 rondes. 45 Minuten zijn omgevlogen en ik voel me goed. De groep is nog redelijk groot. Ik kan vertrouwen op een goede sprint, maar er zijn toch veel sterke rijders in het peloton. Eerdere races heb ik wel top 3 gereden maar nooit gewonnen. Misschien red ik het op mijn sprint of zal ik proberen om weg te rijden.

En daar gaat Ruud weer. Hij is werkelijk onvermoeibaar. Hij krijgt niemand mee en het gat wordt dicht gereden. Het dichtrijden gaat sneller dan verwacht. De meeste lijken dus wel fris. Nog twee ronden te gaan.

In een flits schieten Ard en Joop er vandoor. Zij rijden hard weg. Dit heeft kans van slagen en ik sprint er zo snel mogelijk naartoe. Het gat kan ik maar moeilijk dichten terwijl mijn teller op 50 staat. Ik probeer naar hun wiel te kruipen. Zo kan ik nog even op adem komen en een beurt sparen. Ik kijk even achterom. Het gat is geslagen. Ik zie een breed peloton achter mij. Als we nu een ronde goed kop over kop rijden, dan kunnen we weg blijven. Het lukt om ons te organiseren. Het tempo blijft een paar beurten rond 41.

Nu nog 1 ronde te gaan. Het tempo zakt iets. Ard en Joop nemen over en rijden elk steeds langzamer. Ik vraag me af of ze met een slappe ketting rijden. Ze zijn beide gevaarlijke tegenstanders. Ard heeft net zo een grote motor als zijn broer Ruud. Hij kan zomaar een uitloop poging wagen en ons achterlaten. Met Joop rij ik niet graag naar de streep. Zijn sprint is scherp en heeft mij vaker op de meet verslagen.

Nog 3 bochten te gaan en ik neem stevig over. De kans dat het peloton nog terug komt is groot als we onze snelheid laten zakken. Ik geef pas af met nog 2 bochten te gaan. Ard en Joop draaien snel door, maar houden mijn tempo niet. Ik kijk nogmaals naar de groep achter ons. Hun kansen lijken verkeken.

De een na laatste bocht en de beurten worden steeds korter. Dit is in het voordeel voor de snelste sprinter onder ons. Ik laat Joop daarom iets langer op kop rijden. Zodra hij van kop af komt, kijk ik even kort in zijn ogen. Hoewel hij hard rijdt, lijkt het scherpste ervan af. Ik weeg mijn kansen en schakel ik op. Ard rijdt op kop en ik sprint uit zijn wiel. Het is nog 800 meter maar als ik de deur dicht houd in de bocht en volle bak door rijd, dan heb ik kans.

De laatste bocht is krap op volle snelheid. Ik blijf aan de binnenkant rijden en ik voel dat Joop vlak achter me zit. Nog ruim 400 meter sprinten en de buit is binnen. Ik geef uit de bocht nog een keer alles om weg te blijven van mijn achtervolgers. Het lukt om weg te blijven bij Ard en Joop. Voor de streep ben ik los van de groep en kom ik alleen over de finish. Genoeg tijd om armen omhoog te steken.